Rasbeschrijving pyreneese herder
( kopie van artikel uit " Onze Hond " van september 2003)

De kleine duivel uit Frankrijk De Pyreneese Herdershond, in het land van herkomst 'le Berger des Pyrenées ' genoemd, lijkt als pup net een klein beertje en ook als volwassen hond heeft hij iets beerachtigs.  In de uitdrukking, de vorm (indien gecoupeerd) en de stand van de oren en de verhoudingen van de kop. Deze gelijkenis berust niet op toeval. Zelfs in de vroegere standaard stond beschreven dat het hoofd van de Berger in zijn algemene vorm driehoekig is en doet denken aan dat van een bruine beer. In de geschiedenis van de Pyreneeën speelt de bruine beer een belangrijke rol. De oorspronkelijke bewoners, de Basken, kenden de beer in hun mythologie een belangrijke plaats toe. In diverse grotten in het gebergte vindt men nog talrijke tekeningen en sculpturen van beren. Het viel de mensen in het Stenen.
Tijdperk op dat de natuur leek te ontwaken iedere keer dat de beer uit zijn winterslaap tevoorschijn kwam. Men zag de beer als de ziel van de aarde, die het signaal gaf voor het nieuwe leven. Hij werd daarmee verheven tot vruchtbaarheidssymbool. De verhouding tot de beer was echter ambivalent. Na de laatste ijstijd, lagen er wouden tussen de bergweiden en het laagland. De beer was in dit gebied heer en meester. Toen de Neolithische herders de weidegronden betrokken, beperkten ze daarmee ook steeds meer de leefruimte van de beer. De mensen stonden heel dubbel in hun relatie tot dit grote dier. Men vereerde hem, maar men was ook bang voor hem. Doordat de mensen de biotoop van de beer aantastten, kwam het wel voor dat hij, gedreven door de honger, schapen kwam roven. Er was dus sprake van een gespannenverhouding tussen herders en beren in dit gebied en de herders hebben niet weinig bijgedragen tot het vrijwel uitsterven van de bruine beer in de Pyreneeën. Herkomst Het magisch denken van de Pyreneese bevolking heeft nog lang zijn uitwerking gehad. Het is zelfs zo dat boeren in de Pyreneeën tot op de dag van vandaag zijn soortnaam niet zullen uitspreken, wellicht omdat het noemen van zijn naam hem misschien wel in de buurt kan doen verschijnen. Wanneer men het in dit gebied over de beer heeft, spreekt men over ' Martin met de blote voeten '. Een andere uiting van dit magisch denken zou kunnen zijn dat men op een gegeven moment de beer is gaan  'verkleinen, door honden te fokken die in uiterlijk op hem leken. Men is hem als het ware voor eigen gebruiksdoelen in de kudde gaan inzetten. De Pyreneese herder, de miniatuurbeer, als hoedende hond, de Pyreneese Berghond als een soort 'tegenbeer', die de echte beer op afstand moest houden. De mythologie van de beer en het harde bestaan van de schaapsherder in de Pyreneeën zijn met elkaar verweven en niet zonder elkaar te zien. En misschien zijn de Pyreneese hondenrassen wel net zo oud als de berenmythologie, al zagen ze er dan wellicht wel heel anders uit dan tegenwoordig. Het staat echter vast dat de mensen van Crô Mignon reeds 14.000 jaar geleden schaapshonden hielden en hen als huisdier begeleidden.

 

Verwante rassen
De Basken worden beschouwd als de oerbewoners van de Pyreneeën. Het is echter zinvol om voor het ontstaan van de Pyreneese Herder de volksverhuizing van de Kaukasus, meer dan 3000 jaar geleden, mee te nemen. Op hun zwerftocht namen deze volkeren hun eigen honden mee, die zich vermengden met de lokale honden in de gebieden waar de mensen neerstreken. Bij elke vermenging met de plaatselijke honden, ontstonden door de tijd heen gelijksoortige, maar toch op zichzelf staande rasse. De rassen die op deze manier ontstaan zouden zijn en die aan elkaar verwant zijn, zijn in Polen de Owczarek Nizinny, in Hongarije de Puli en Pomi, in de Spaanse Pyreneeeën de Gos d'Atura, in Portugal de Cao de Sierra de Aires en in Frankrijk natuurlijk de Berger des Pyrenées. Opvallend is dat in al deze streken twee typen honden te vinden zijn; de kleinenere, wendbare hoedende herdershond die samenwerkte met de herder en daarnaast een grote hond die 's nachts zelfstandig de kudde bewaakte. In de geschiedenis van de natuur van (Buffon 1750) wordt voor het eerst melding  gemaakt van de Pyreneese Herder. Dat lijkt verschrikelijk laat voor een rs dat kennelijk al zoveel eeuwen bestaat, maar het is het lot vanzoveel werkhondenrassen. De Berger was slechts bekend in het gebied van oorsprong, bij de boeren voor wie hj werkte en geen mens haalde het in zijn hoofd om zo'n nederige hond te beschrijven. De Berger komt in verschillende gebieden van de Pyeneeën voor. Er ontstonden verschillende typen, zoals het type van Azun, het type van Bagnère, het type van Lavedan, het type van St. Béat, het type van Arbazzie en de Pyrenee à Face Rase.
De Arbazzie heeft model gestaan voor de standaard en de Face Rase is de andere toegestane variant, met een eigen standaard. De Arbazzieis vernoemd naar een hut op de Col du Soulor. Hij had een middellang behaard lichaam met een kortbehaarde snuit. De kleur was in de regel fauve. De Fase Rase was de kort- of gladhaar. Deze laatste kwam voornamelijk voor in de dalen, waar hij minder natuurlijke vijanden had dan de Arbazzie in het hooggebergte. Er waren geen beren in de buurt. De Face Rase hoefde dus minder voorzichtig te zijn in nieuwe situaties. Ook de Face Rase van tegenwoordig is minder wantrouwend dan zijn langharige broertje. Afgezien van de kleine verschillen in type, afhankelijk van de streek waar de Berger voorkwam, is het ras weinig aan verandering onderhevig geweest. De reden hiervoor kan men vinden in de eisen die het werk, in het hooggebergte aan de hond stelde en de veelvuldig toegepaste inteelt in het van de buitenwereld afgesloten gebied. Door de hoge heterogeniteit van het ras, heeft dit hoge inteeltgehalte geen schade aangericht. Met het begin van de officiële kynologie werden de destijds relatief op zichzelf staande typen gemengd. Tegenwoordig kan men in één nest pups aantreffen die alle verschillende typen representeren.
Noodlot
Aan het begin van de 20e eeuw was de Berger buiten het oorsprongsgebied zo goed als onbekend. Er zijn enkelen die het ras kenden en benoemden. Een van hen is Mégnin, die overigens uitsluitend harlekijnen beschrijft. Dit is niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat een oude herderswijsheid ons leert dat de gevlekte de beste hoedende honden zijn. In 1910 en 1911 importeert Joubert de eerste drie Bergers, uit de Ariège, naar Parijs. Maar hoewel Mégnin en Joubert, en met hen nog enkele anderen, goed op weg zijn het ras bekendheid te geven, slaat het noodlot toe als WO I zich aandient. Dretzen, een officier die kleine, flinke en onverschrokken honden rekruteert om ze als verbindingshonden in de eerste kampline in te zetten, reist door de Pyreneeën en decimeert in zijn speurtocht naar bruikbare honden van het ras. De uitwerking van de oorlog bleef in Frankrijk merkbaar tot 1922. Vanaf die tijd werden er weer hondententoonstellingen georganiseerd en begon men aan de wederopbouw van het ras. In 1923 werd in Tarbes een eerste standaard opgesteld voor de Berger, door liefhebbers die het ras niet teloor wilden laten gaan. In 1926 werd door een andere club, met de heer Sénac-Langrange als voorzitter, de uiteindelijke standaard opgesteld die door de SCC geaccepteerd werd. In Nederland was mevrouw Van Houwelingen de eerste die een nestje fokte. Onder de kennelnaam de l'Ornière. Haar teef Lhéris de l'Estaubé werd tweemaal gepaard aan Madiran. Er kwamen een paar honden van hoge kwaliteit uit, zoals Payolle, P'drous, Soulor en Salanque. Toen mevrouw van Houwelingen stopte, leek er aan de Bergerfokkerij in Nederland een eind te komen, maar gelukkig bleek de heer Hoogervorst een ambitieuze opvolger. Met Salanque heeft hij meerdere nesten gehad,waarbij hij zich vooral richtte op de kennel des Glyorels.
Werk
Het oorspronkelijke werk van de Berger bestond uit het hoeden en drijven van de schapen in de kudde. De hoedende hond werd heel anders gesocialiseerd dan de grote, bewakende hond. Sliep de laatste als pup reeds tussen de schapen en moest hij de schapen als ‘eigen’ leren beschouwen, de hoedende hond werd als pup uit de kudde geweerd. Wel mocht hij op afstand naar de schapen kijken, hen horen en ruiken, maar hij mocht nooit tussen de schapen inlopen. De gedachte hierachter is dat de hoedende hond respect moet afdwingen bij de schapen. Hij mag dus geen ontzag voor hen hebben, of zelfs bang voor ze zijn. De schapen moeten ook niet zo aan hem gewend zijn, dat ze niet meer voor hem aan de kant gaan. De hoedende hond moet de kudde energiek naderen. Hierdoor worden de schapen op hem geattendeerd. Hij omcirkelt de schapen, drijft ze en deelt ze in verschillende groepen, als dat nodig is. Hij mag nooit flegmatiek te werk gaan, omdat de schapen hem dan niet meer serieus zouden nemen. De hoedende hond is in vrijwel alle opzichten het tegenovergestelde van de wakende hond: hij is klein, licht, wendbaar, impulsief en vurig. De Pyreneese Herder werkt iets dichter op de schapen dan bijvoorbeeld de Border Collie. De laatste houdt afstand tot de schapen en dwingt ze met ‘eye’ en lichaamstaal in een bepaalde richting. Voor de schapen van de vlakten is dat genoeg; die zijn vrij gehoorzaam en meegaand. De schapen van het hooggebergte zijn echter wat eigenwijzer en hebben wat meer druk nodig. De Pyreneese Herder moet dus meer autoriteit uitstralen. Hij gebruikt wel degelijk zijn lichaamshouding om de schapen zijn wil op te leggen, maar hij gebruikt vooral zijn stem. Hij blaft veel om de schapen in beweging te doen komen. Als de schapen dan nog niet doen wat hij wil, ‘nipt’ hij ze in hielen of hals.

Karakter

De Pyreneese Herder is een beweeglijke hond die in bepaalde situaties uitgesproken temperamentvol kan zijn. Hij reageert op alle prikkels die bij hem binnenkomen. Dit is iets om bij de opvoeding van uw Pyreneese herder terdege rekening mee te houden, omdat het soms moeilijk is om zijn aandacht vast te houden. Het liefst doet hij oefeningen waarin actie zit. Als hij kan rennen en springen, is hij in zijn element. U zult uw pup tegen zichzelf in bescherming moeten nemen en ervoor zorgen dat hij zich niet overbelast. Het temperament van de Pyreneese Herder zorgt er echter ook voor dat hij meer moeite heeft met statische oefeningen. Met name het op de plaats blijven liggen als de baas zich verwijdert, is voor de meeste Pyreneese Herders een behoorlijke opgave. Liggen uit zicht is voor hem geen functioneel commando en hij zal vaak proberen om toch weer snel zo dicht mogelijk bij zijn baas terug te komen.  De Pyreneese Herder is een gevoelige hond, die sterk reageert op de stemmingswisselingen van zijn baas. Hardheid in de training is uit den boze. Het is wel van belang dat u direct duidelijk maakt welke plaats uw pup binnen het gezin inneemt: helemaal onderaan.
 

Dominant

De Pyreneese Herder kan een behoorlijk dominant hondje zijn. Samen met zijn hoge intelligentie zijn daarmee alle ingrediënten voor een huistirannetje aanwezig. De Pyreneese Herder vraagt om leiderschap en als men hem die niet kan geven, dan neemt hij die zelf. Vanaf dag één moet u hem duidelijk maken wat er van hem verwacht wordt. En wat morgen niet mag, moet u ook vandaag niet goedkeuren. De Pyreneese Herder doet veel moeite om het zijn bazen naar de zin te maken. Hij heeft talloze trucjes om zijn baas vriendelijk te stemmen en maakt er graag een show van om zijn mensen aan het lachen te brengen. Het is een echte gezinshond, die graag in de nabijheid van zijn mensen is. Alleen zijn vindt hij verschrikkelijk. Mensen die beiden buitenshuis werken, kunnen dus beter niet aan dit ras beginnen. Met kinderen kan hij het over het algemeen goed vinden, hoewel het – net als met alle andere honden – toch belangrijk blijft dat u dit als ouder begeleidt en kind en hond nooit alleen laat. 
Bovenal is het ook belangrijk dat u uw kinderen (en hun vriendjes) leert hoe honden benaderd moeten worden. De Pyreneese Herder houdt er bijvoorbeeld niet van om achterna gezeten te worden. Andere honden negeert hij meestal. Wordt hij belaagd door een andere hond, dan zal hij zich niet snel de mindere tonen. Hij kan flink vechten als hij zich uitgedaagd voelt. Met andere dieren kan hij het over het algemeen prima vinden; katten, vogels en knaagdieren zijn zelden een probleem.

Workaholic De Pyreneese herder doet niets liever dan werken en als men hem geen (vervangend) werk kan bieden, dan zal hij verdorren of heel vervelend worden. Want een werkhondje als dit zal bij gebrek aan echt werk zelf iets gaan zoeken en dat is zelden iets dat de baas goedkeurt. Pyreneese Herders die te weinig geprikkeld worden om na te denken en om te bewegen, kunnen gedragsproblemen ontwikkelen. Dit kan variëren van het najagen van staart of schaduw, het hoeden en drijven van de kinderen, tot het verbouwen van uw meubels. Wanneer u hem laat ‘werken’, dan zal hij in huis een stuk rustiger zijn en meer ontspannen.De Pyreneese Herdershond is bepaald geen allemansvriend. Zijn oorspronkelijke taak bracht met zich mee dat hij wantrouwend moest zijn naar vreemden en dat is de moderne Berger nog steeds. Dit kan wel eens onhandig zijn in ons drukbevolkte landje.

Gezondheid De Berger heeft millennia-lang onder extreme omstandigheden hard gewerkt in het hooggebergte van de Pyreneeën. Er is altijd geselecteerd op werklust en hoedinstinct. De herders hadden niets aan zieke of zwakke honden en deze werden zonder pardon afgemaakt. Hierdoor werden enkel de sterke, hardwerkende honden in staat gesteld zich voort te planten en hun genetisch materiaal door te geven. an deze selectie profiteert het ras vandaag de dag nog. De Berger is een gezond ras, dat weinig gezondheidsproblemen kent. Er zijn enkele aandoeningen die wel voorkomen, of voorgekomen zijn binnen het ras. Allereerst kan HD genoemd worden, waarop al vele jaren wordt getest. Door de specifieke lichaamsbouw van de Berger, met zijn extreem gehoekte achterhand, komt dit ras vaak slechter uit de test dan nodig. Het beenderstelsel is goed, maar toch krijgt de hond dan TC. Een ander gewrichtsprobleem dat in sommige landen een rol speelt, is patella luxatie. In Nederland komt dit probleem echter niet voor. Er zijn enkele lijnen die kampen met hartproblemen. Tenslotte zijn er enkele gevallen van epilepsie bekend. De grootste problemen die het ras kent, zijn die op het vlak van het gedrag. Dit is echter voornamelijk te wijten aan onvoldoende socialisatie, waardoor de hond niet kan functioneren in een druk land als Nederland.

Verzorging De Pyreneeën zijn een van de armste gebieden van Frankrijk. Overvoerde en dus te dikke Bergers zijn dus zeer ras-ontypisch. Als men de ribben kan voelen, heeft de hond het juiste gewicht. De Berger is een sobere hond, die niet veel eisen stelt aan zijn verzorging. Men zou verwachten dat de lange vacht wel het een en ander aan onderhoud vereist, maar officieel mag de Berger niet geborsteld worden. De enige verzorging die hij nodig heeft, is een regelmatige controle op klitten. Het verwijderen van klitten doet men door de klitten met de hand te scheuren. Vervilting komt eigenlijk niet voor. Wellicht komt dit doordat de ondervacht van de Berger korter is dan de bovenvacht, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Puli. Er zijn overigens wel Bergers die geen rastypische vacht hebben en die gaan vervilten als ze niet geborsteld worden. Deze honden moeten natuurlijk wel een wekelijkse borstelbeurt ondergaan.

In ’t kort De Pyreneese Herdershond is een gecompliceerde hond die niet geschikt is voor mensen die aan hun eerste hondje beginnen. Niet voor niets noemt men hem in het land van herkomst wel de ‘kleine duivel’. Ondanks zijn geringe formaat en zijn schattige uiterlijk, moet u zich realiseren dat u met de Berger een ‘heleboel’ hond in huis haalt. De Berger is een ras dat van nature argwanend tegen vreemden en nieuwe gebeurtenissen staat. Dit betekent dat de socialisatie van dit ras een heel belangrijke plaats inneemt, waar direct mee begonnen moet worden als de pup in huis komtWanneer men hier niet voldoende aandacht aan besteed in de eerste weken dat u uw pup in huis hebt gehaald, dan kunt u dat later niet meer goedmaken. Alles wat u uw Berger in het eerste jaar kunt meegeven, is meegenomen. Wanneer u hier op een weloverwogen wijze mee omgaat, kan de Berger een prima gezinshond worden. Wanneer u de aanschaf van een Berger overweegt, dient u zich verder terdege af te vragen of u de hond kunt bieden wat hij nodig heeft. De Berger is voor alles een werkhond, die niet gedijt bij een leven waarin hij drie keer per dag een ommetje mag maken en hij verder in zijn mandje hoort te liggen. De heer Sénac-Lagrange zei het lang geleden al: ‘hors de travail, point de salut’, waarmee hij wou zeggen dat de Berger op de dag dat hij niet meer kan werken, een belangrijk deel van zijn persoonlijkheid verliest en daarmee zijn reden van bestaan. De Berger is een (hyper-)actieve hond die eeuwenlang gefokt is om dagenlang in touw te zijn. Vermoeidheid kent hij niet. Zijn baas moet hem behoorlijk wat beweging, maar daarnaast vooral ook mentale prikkels geven om hem bezig te houden. Een sport als behendigheid is ideaal om de hond een functionele bezigheid te geven. Verschillende Bergers draaien dan ook behoorlijk mee in de top van deze sport.